- Belung Magazine
Deze site maakt gebruik van cookies om jouw ervaring te verbeteren, door verder te gaan ga je hier mee akkoord Ok, ik snap het Meer informatie

'Het ontrafelen van interstitiële longaandoeningen is mijn passie'

Professor Wim Wuyts
Leestijd: 3 min

Prof. dr. Wim Wuyts uit België heeft een deel van zijn opleiding tot longarts gedaan in het Royal Brompton Hospital in Londen (Verenigd Koninkrijk). Daar raakte hij in de ban van het mysterie dat 'interstitiële longaandoeningen' heet. Op het moment is hij binnen het UZ Leuven verantwoordelijk voor de eenheid voor interstitieel longlijden. Hij ziet het als zijn missie de bewustwording rondom interstitiële longaandoeningen te vergroten, en patiënten met zulke aandoeningen al in een vroeger stadium te herkennen. “Volgens mij staan we nog maar aan het begin van de revolutie in de behandeling van interstitiële longaandoeningen.”

Passie

“Het ontrafelen van interstitiële longaandoeningen is mijn passie”, vertelt Wuyts, “en dat komt mede door de enorme ontwikkelingen binnen dit vakgebied.” Toen Wuyts zich tien jaar geleden voor het eerst ging bezighouden met interstitiële longaandoeningen, was er weinig over bekend. “Toen was het nog bijna niet te doen om onderscheid te maken tussen alle verschillende aandoeningen die onder deze noemer vallen. Elke patiënt met een interstitiële longaandoening werd op dezelfde manier behandeld, en veel patiënten gingen heel snel achteruit. Ik had het geluk dat ik mijn opleiding zowel binnen het UZ Leuven als binnen het Royal Brompton Hospital in Londen kon doen. Tijdens mijn periode in Londen leerde ik het een en ander over het onderscheiden van de tweehonderd verschillende vormen van deze raadselachtige groep aandoeningen.” Tot zijn vreugde zag Wuyts in de jaren daarna de diagnostiek van interstitiële longaandoeningen steeds verder verbeteren. “Het is echt een revolutie dat we patiënten met idiopathische pulmonale fibrose (IPF) nu zoveel beter kunnen behandelen dan tien jaar geleden, en dat hun kwaliteit van leven nu veel langer op een redelijk niveau blijft.”

wuys_quote_new.png
We kunnen patiënten met idiopathische pulmonale fibrose (IPF) nu zoveel beter behandelen dan tien jaar geleden

Meer bewustwording

Een van problemen bij interstitiële longaandoeningen is volgens Wuyts dat er bij patiënten niet gelijk een belletje gaat rinkelen zodra ze hun diagnose te horen krijgen. Omdat patiënten vaak bang zijn dat ze longkanker hebben, geeft een andere diagnose een gevoel van opluchting. “Ze zijn zich er dan niet van bewust dat de aandoening die zij hebben net zo agressief kan zijn als longkanker”, zegt hij. “Patiënten weten dus niet goed wat hun aandoening inhoudt.” Zulke onzekerheid maakt patiënten angstig, en dat is een van de redenen waarom er volgens Wuyts meer bewustwording moet komen rondom interstitiële longaandoeningen. “We proberen het beeld rondom longfibrose om te buigen van een onbekende aandoening naar een aandoening die ernstig is, maar waarvoor wel steeds meer behandelmogelijkheden beschikbaar komen.” 

Ook binnen de medische gemeenschap moeten we interstitiële longaandoeningen meer onder de aandacht brengen

Het zijn volgens Wuyts echter niet alleen de patiënten die beter geïnformeerd moeten worden. “Ook binnen de medische gemeenschap moeten we interstitiële longaandoeningen meer onder de aandacht brengen. Als een huisarts bijvoorbeeld bij het beluisteren van de ademgeluiden met een stethoscoop (auscultatie) bij beide longen fijne knetterende geluiden (crepitaties) hoort en de aanwezigheid van congestief hartfalen of een infectie heeft uitgesloten, zou de arts aan een vorm van longfibrose moeten denken. Alle artsen, ongeacht hun specialisme, horen te weten dat interstitiële longaandoeningen ernstig zijn en nader onderzoek door een longarts vereisen.” Wuyts benadrukt dat vroegtijdige herkenning van patiënten met interstitiële longaandoening essentieel is voor hun behandeling. “En vroegtijdige herkenning van deze aandoeningen is alleen mogelijk als patiënten en artsen zich meer bewust zijn van het bestaan ervan. Als iemand zonder duidelijke reden last heeft van kortademigheid of een droge hoest, moet die persoon altijd worden doorgestuurd naar een longarts, zodat gecontroleerd kan worden of er sprake is van longfibrose.”

Nieuwe behandelmogelijkheden

Toen er nog geen behandelmogelijkheden bestonden, was de verwachting dat mensen met een aandoening als IPF na het krijgen van de diagnose nog zo'n drie tot vijf jaar te leven hadden. Wuyts is heel blij dat er inmiddels twee geneesmiddelen tegen IPF verkrijgbaar zijn, die de aandoening kunnen stabiliseren of de verergering ervan kunnen afremmen. “Het is een groot voordeel dat er twee verschillende middelen verkrijgbaar zijn. Als het ene middel dan na verloop van tijd niet meer zo goed werkt, kan de patiënt het andere middel proberen.” Een andere gunstige ontwikkeling is dat er tegenwoordig symptoomverlichting mogelijk is. “Geen enkele IPF-patiënt zou anno 2017 nog het gevoel mogen hebben bijna te stikken”, zegt Wuyts stellig. “Gelukkig zijn er geneesmiddelen die het gevoel van kortademigheid kunnen onderdrukken, en ook het toedienen van extra zuurstof kan helpen de symptomen onder controle te houden.” Al met al blijkt Wuyts positief te zijn over de ontwikkelingen op het gebied van interstitiële longaandoeningen. “Het stimuleert dat we patiënten nu echt behandelingen te bieden hebben, en volgens mij staan we nog maar aan het begin van de revolutie in de behandeling van interstitiële longaandoeningen.”


disclaimer
zinccode